Werkgever die werd bijgestaan door mr. T. Venneman hoeft geen aanzegvergoeding op grond van art. 7:668 BW te betalen. De werkgever werd aangesproken door een werknemer die aanspraak maakte op een vergoeding van een maand salaris terwijl de werknemer er zelf voor gekozen had om elders te gaan werken. De wetgeving is er op gericht om de werknemer te beschermen zodat deze niet te lang in onzekerheid verkeert. In de onderhavige zaak heeft de rechtbank op 14 februari 2018 echter geoordeeld dat de werknemer in redelijkheid geen beroep op deze wetgeving toekwam. De betreffende werknemer verkeerde namelijk niet in onzekerheid omdat hij geen intentie had om bij de werkgever te blijven werken en bij een andere werkgever in dienst kon treden.

Heeft u vragen over de aanzegvergoeding of andere civielrechtelijke vragen, neem dan contact op met mr. Thomas Venneman of mr. John Grift.

Vrijspraak vanwege sanctionering vormverzuim

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 17 juni 2019 een cliënt van mr. Hoogendam vrijgesproken in een zaak waarin sprake was van een ernstig vormverzuim dat in aanzienlijke mate was geschonden. Wat was het geval? Cliënt was bij de rechtbank Den Haag veroo … Lees meer