Het Gerechtshof Den Haag heeft op 17 juni 2019 een cliënt van mr. Hoogendam vrijgesproken in een zaak waarin sprake was van een ernstig vormverzuim dat in aanzienlijke mate was geschonden. Wat was het geval?

Cliënt was bij de rechtbank Den Haag veroordeeld voor het voorhanden hebben van een hoeveelheid hennep in zijn auto en het aanwezig hebben van hennepplanten in een pand. Ook was cliënt veroordeeld ter zake van het telen van hennep en de diefstal van elektriciteit.

Vormverzuim voorbereidend onderzoek

Op grond van art. 9 Opiumwet kunnen opsporingsambtenaren zich toegang verschaffen tot voertuigen. Bij de opsporingsambtenaren moet bekend zijn dat zich verdovende middelen in het voertuig bevinden, ofwel moet bij hen redelijkerwijs het vermoeden bestaan van de aanwezigheid van verboden middelen. Aan deze eisen was in deze zaak niet voldaan. Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat cliënt uitdrukkelijk toegang tot de auto had verleend of toestemming had gegeven de auto te doorzoeken. Naar het oordeel van het hof is dus sprake van een vormverzuim bij het voorbereidend onderzoek.

Omdat de ernst van het vormverzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel niet voldoende kunnen worden gecompenseerd kan volgens het hof niet worden volstaan met de enkele constatering dat sprake is van een vormverzuim dan wel met strafvermindering. Het Hof oordeelt “dat vergelijkbare ernstige vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben voorkomen dienen te worden, zodat een krachtige stimulans dient te bestaan tot handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm en de met opsporing en vervolging belaste ambtenaren worden weerhouden van onrechtmatig optreden.”

Bewijsuitsluiting en vrijspraak

Het bewijsmateriaal, te weten de in de auto aangetroffen hennep en correspondentie alsmede de op basis van nader onderzoek aangetroffen hennepplanten, hennepkwekerij en de diefstal van stroom, wordt door het hof uitgesloten van het bewijs. Vrijspraak van alle feiten volgt.

Ontvankelijkheid OM

Door de verdediging is in deze zaak ook betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard in de vervolging van cliënt. Er is belastende materiaal, te weten getuigenverklaringen, tegen cliënt vergaard dat niet op waarheid berust. Het hof verwerpt dit verweer omdat het niet kan vaststellen dat hier sprake is geweest van een handelen dat als doel had het benadelen van de verdachte. Wel overweegt het hof dat hetgeen het hof is gebleken ten aanzien van de vergaring van bedoeld bewijsmateriaal “te denken geeft”.

Het arrest zal binnenkort worden gepubliceerd in de Nieuwsbrief Strafrecht.

Pieter Hoogendam over aankondiging OM verbod motorclub Caloh Wagoh

In Trouw is deze week aandacht besteed aan het aanpakken van motorclubs door het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie werkt bij deze ‘integrale aanpak’ onder meer samen met politie en gemeenten. Eerder deze maand kondigde het Openbaar Ministe … Lees meer