Vijf Leidse studenten werden door het OM vervolgd voor het met oranje verf overschilderen van een zebrapad in regenboogkleuren in Leiden. Daan Cornelissen en Jaap Baar stonden drie van de vijf verdachten bij. Tijdens de regiezitting die op donderdag 18 mei 2017 plaatsvond, werd tijdens een zogenaamd preliminair verweer betoogd dat het Openbaar Ministerie (OM) in de vervolging niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden, vanwege schending van het vertrouwensbeginsel. Dit nu aan de studenten was toegezegd dat zij niet vervolgd zouden worden indien een zogenaamd mediationtraject gevolgd zou worden. Dat traject is ook daadwerkelijk gevolgd. Toch kwam het OM op die toezegging terug en werd vervolging ingesteld.

De rechtbank heeft op 1 juni 2017 uitspraak gedaan en heeft het gevoerde verweer gevolgd. De rechtbank heeft geoordeeld dat inderdaad van schending van opgewekt vertrouwen sprake is en dat niet is gebleken van zwaarwegende belangen die maken dat op de toezegging teruggekomen mocht worden. Het OM is dan ook niet-ontvankelijk verklaard en de studenten mogen dus niet verder vervolgd worden.

Het persbericht van de rechtbank vindt u hier.

Vrijspraak vanwege sanctionering vormverzuim

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 17 juni 2019 een cliënt van mr. Hoogendam vrijgesproken in een zaak waarin sprake was van een ernstig vormverzuim dat in aanzienlijke mate was geschonden. Wat was het geval? Cliënt was bij de rechtbank Den Haag veroo … Lees meer